Geschiedenis

Het Oldenzaalse draaiorgel ’t Piepenrek is tussen 1880 en 1895 als straatorgel gebouwd door de firma Hooghuys te Grammont (B).

Sindsdien is het instrument in diverse handen geweest.

Omstreeks 1930 heeft de bekende Brummense draaiorgelbouwer Van Deventer het orgel van de heer Vermeulen uit Roosendaal gekocht.

In de zestiger jaren heeft Van Deventer het draaiorgel verkocht aan de heer Van Wassenaar in Deventer waarna het in 1970 bij draaiorgelbouwer Henk Veeningen uit De Wijk is terechtgekomen.

Deze heeft het draaiorgel grondig nagekeken en waarnodig gerestaureerd.

 

’t Piepenrek is oorspronkelijk gebouwd als cilinderorgel. Voor de kenners is dit nog te zien aan de achterzijde van het orgel.

Zoals de meeste straatorgels is ook ’t Piepenrek nu een boekorgel.

Een van gaten voorzien, kartonnen orgelboek wordt over een zogenaamd “klavier” geleid.

Met behulp van het gaatjespatroon wordt de luchtstroom van de blaasbalg naar de verschillende pijpen, trommels, kleppers en bellen gestuurd.

Ook de registers, reeksen pijpen met dezelfde klankkleur worden door het orgelboek bediend.

’t Piepenrek is een 56-toetsorgel met twee registers.

Nog steeds is het mogelijk de blaasbalg van ’t Piepenrek handmatig, door middel van een draaiwiel te bedienen.

In tegenstelling tot veel straatorgels is ’t Piepenrek niet geplaatst op een onderstel met luchtbanden maar beschikt het over originele zogenaamde karrenwielen welke zijn voorzien van een stalen band.

 

Vanaf 1981 is de Stichting Stadsorgel Oldenzaal de trotse eigenaar.

De naam ’t Piepenrek is bedacht door stadsmusicus Karel Borghuis.

De kunstschilder Ton Anconé heeft het orgel beschilderd.

Op 9 mei 1981 is ’t Piepenrek aan de Oldenzaalse bevolking gepresenteerd. Sindsdien is het een bekende sfeermaker in en om Oldenzaal en de wijde omtrek. Maar ook in Duitsland wordt het authentieke draaiorgel veelvuldig ingezet.

 

In het voorjaar van 1999 werd een CD uitgegeven.